Rb. Leeuwarden 20 maart 2002, ECLI:NL:RBLEE:2002:AE1478

Verweerder heeft in casu zijn eigen (kwijtscheldings)beleid niet (goed) toegepast. Verweerder heeft in 1994 van verzoeker een bedrag ad ƒ 14.230,30 teruggevorderd in verband met teveel betaalde AAW-uitkering. Verzoeker heeft 1 november 2001 verzocht om kwijtschelding van de resterende schuld. Verweerder heeft dit geweigerd aangezien verzoeker niet heeft voldaan aan voorwaarde 2 (inhoudende dat gedurende 5 jaar de aflossingscapaciteit volledig is benut) van verweerders beleid. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de interpretatie van de Beleidsregel terug- en invordering een discretionaire bevoegdheid van verweerder is. Niettemin kan de voorzieningenrechter, op grond van de hierna weergegeven overwegingen, het UWV niet volgen in haar voormelde opvatting, die er in wezen op neerkomt dat in de Beleidsregel terug-en invordering een extra voorwaarde voor toepassing van dit beleid moet worden ingelezen. Weliswaar dient het UWV, zoals door verweerder terecht is benadrukt, op grond van de bepalingen van het Tica-besluit de aflossingstermijnen van de debiteur zodanig vast te stellen, dat gebruik wordt gemaakt van de volledige aflossingscapaciteit. Dit laat naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter onverlet, dat voor de toepassing van de Beleidsregel terug- en invordering uitgegaan moet worden van de betalingsverplichtingen zoals die door het bevoegde orgaan zijn vastgesteld, ook indien deze verplichtingen op een lager bedrag zijn vastgesteld dan op grond van het Tica-besluit maximaal mogelijk zou zijn geweest. Bij de vaststelling van de betalingsverplichtingen dient op grond van het Tica-besluit immers een volledige afweging plaats te vinden van de relevante (financiële) omstandigheden van de debiteur op dat moment. Aanvaarding van het standpunt van verweerder zou er toe leiden dat aan de vaststelling van de betalingsverplichtingen ingevolge het Tica-besluit, voor de toepassing van de Beleidsregel terug- en invordering praktisch geen betekenis toekomt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter biedt de duidelijke tekst van de Beleidsregel terug- en invordering hiervoor geen aanknopingspunten. De parlementaire geschiedenis van art. 63 WAZ (biedt naar het oordeel van de voorzieningenrechter evenmin houvast voor verweerders opvatting. De strengere aanpak die de wetgever heeft voorgestaan bij de invordering van schulden die zijn ontstaan als gevolg van een schending van de inlichtingenplicht, is door de wetgever tot uitdrukking gebracht in art. 63 lid 3 WAZ. Op grond van die bepaling, beschouwd in samenhang met art. 63.2 WAZ, kan immers het UWV bij schulden die níet het gevolg zijn van een schending van de inlichtingenplicht reeds na drie jaar besluiten van verdere terugvordering af te zien, mits aan de bijkomende voorwaarde wordt voldaan dat gedurende die periode het gemiddelde inkomen de beslagvrije voet niet te boven is gegaan. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat verweerder in het onderhavige geval zijn eigen beleid, zoals dit duidelijk is verwoord in de Beleidsregel terug- en invordering, niet (goed) heeft toegepast. Verder heeft de voorzieningenrechter op grond van de gedingstukken vastgesteld, dat verzoeker inmiddels een bedrag heeft afgelost (circa 13.000 gulden) dat ruim uitstijgt boven het bedrag dat hij had afgelost indien zijn volledige aflossingscapaciteit, gedurende de vijf jaar voorafgaand aan zijn aanvraag om kwijtschelding, volledig zou zijn benut (circa 10.500 gulden). Indien de extra voorwaarde wel in het beleid zou moeten worden inbegrepen, zou aan voormelde omstandigheid ten minste enige aandacht moeten worden geschonken in de motivering. Naar het oordeel van de rechter is het bestreden besluit voorts onzorgvuldig voorbereid waar het gaat om de vraag of er mogelijk dringende redenen zijn in de zin van art. 63.4 WAZ, nu hiernaar geen onderzoek is gedaan. Strijd met 4:84, 7:12.1 en 3:2 Awb. Gegrond beroep. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder. mr. D.J. Keur WAZ 63 Beleidsregel terug- en invordering (Stcrt. 1999, 75) Besluit Tica inzake betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en onverschuldigd betaalde uitkeringen (Tica-besluit, Stcrt. 1996, 141, laatstelijk gewijzigd Stcrt. 2002, 107)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen