Rb. Leeuwarden 16 november 2001, ECLI:NL:RBLEE:2001:AD6269

Het voorkomen van sportblessures op sportvelden kan worden gerangschikt onder begrip volksgezondheid ex art. 53 Jachtwet. Weigering vergunning ex art. 53 Jachtwet om konijnen te kunnen bejagen op sportvelden op de grond dat het belang van de volksgezondheid als bedoeld in art. 53.1.a Jachtwet niet van toepassing is. Het standpunt van verweerder dat in dit geval een ander bevredigende oplossing mogelijk is, is ongenoegzaam gemotiveerd. Voorts kan verweerder niet worden gevolgd in zijn stelling dat het voorkomen van sportblessures niet valt onder het begrip volksgezondheid ex art. 53.1.a Jachtwet. Art. 53 Jachtwet is in 1994 gewijzigd en aangepast aan art. 9 van de Vogelrichtlijn. In de Jachtwet noch in de Vogelrichtlijn en de geschiedenis van haar totstandkoming is een definitie gegeven van het begrip volksgezondheid. Derhalve dient aangesloten te worden bij het algemeen spraakgebruik en van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld of het belang van de volksgezondheid in het geding is. Het risico dat degenen die gebruik maken van de bij verzoekster in beheer zijnde sportvelden blessures oplopen als gevolg van de ondergravingen van die velden door konijnen -met name gelet ook op de grote aantallen gebruikers- is een belang van voldoende gewicht om onder het belang van de volksgezondheid te kunnen worden gerangschikt. (Red: anders rechtbank Middelburg in uitspraak van 29 maart 2001 inzake no. Awb 00/470, opgenomen onder LJN ZF5438 Het komend recht in, en op grond van, de Flora- en Faunawet had voor verweerder reden te meer moeten zijn om de restrictieve uitleg van het begrip volksgezondheid los te laten. De wetgever heeft hierin immers buiten twijfel willen stellen dat het belang van het voorkomen van blessures ten gevolge van ondergravingen van sportvelden door konijnen een belang is dat past bij de overige door (het huidige) art. 53 Jachtwet te beschermen belangen. Gegrond beroep. De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, verweerder. mr. C.H. de Groot (president) Bij uitspraak van 19-02-2003 inzake no. 200200157/1, LJN AF4734 heeft de ABRS het hoger beroep tegen de onderhavige uitspraak niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat appellant geen belang meer heeft bij een beoordeling van de zaak ten gronde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen