Rb. Leeuwarden 27 juli 2001, ECLI:NL:RBLEE:2001:AB2911
Uitzondering van art. 2.2 Wvg moet restrictief worden uitgelegd. Verweerder heeft aan verzoeker medegedeeld dat zijn aanvraag tot verstrekking van een rolstoel wordt afgewezen, aangezien hij in een inrichting verblijft die is gelijk te stellen aan de in art. 8 AWBZ bedoelde instellingen. Verweerder is van mening dat het begrip 'verblijven' in art. 2.2 Wvg letterlijk moet worden uitgelegd en is uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat verzoeker inderdaad verblijft in het complex van Philadelpia. De President komt echter tot het oordeel dat geen reden bestaat om een letterlijke uitleg toe te passen. De uitzondering van art. 2.2 Wvg moet restrictief worden uitgelegd. Dit betekent dat naar het oordeel van de President slechts sprake is van 'verblijven in een AWBZ-instelling', indien het gaat om een persoon die een plaats heeft in een AWBZ-instelling en uit hoofde daarvan ook in aanmerking komt voor verstrekkingen op grond van de AWBZ. Deze uitleg komt overeen met de wettelijke systematiek waarbij de zorgplicht op grond van de Wvg alleen niet van toepassing is op degenen die AWBZ-zorg genieten. De President acht het voor de beoordeling van deze zaak van belang dat verzoeker niet in een officieel aan te merken woning woont die (al dan niet) in het bezit is van een derde (bijvoorbeeld een woningbouwcorporatie). Er is immers sprake van een 'noodwoning', gesitueerd in een voormalige kantoorruimte, die eigendom is van Philadelphia. Evenmin is sprake van een officiële plaats in de als AWBZ-instelling toegelaten Stichting Philadelphia Zorg. Deze instelling bestaat uit 82 plaatsen, die tezamen als de AWBZ-instelling moeten worden aangemerkt. Verzoeker verblijft echter als het ware op een - niet bestaande - 83e plaats. Evenmin is gebleken dat verzoeker in aanmerking komt voor verstrekkingen op grond van de AWBZ, hetgeen wordt verklaard door het feit dat verzoeker een PGB heeft. De President komt dan ook tot het oordeel dat verzoeker niet verblijft in een instelling die ingevolge art. 8 AWBZ is toegelaten, als bedoeld in art. 2.2 Wvg, zodat de daarin neergelegde uitzondering niet van toepassing is. Beroep gegrond; afwijzing verzoek voorlopige voorziening. Het college van burgemeester en wethouders van Sneek, verweerder. mr. D.J. Keur (president)
De uitspraak op rechtspraak.nl