Rb. Leeuwarden 14 juni 2001, ECLI:NL:RBLEE:2001:AB2154

Verweerder is bevoegd om aan de subsidieverlening de eis van ontvlechting van twee stichtingen te verbinden. Aanzegging korting op subsidie, zolang de Stichting Rechtsbijstand Friesland (verzoekster) niet voldoet aan de verplichting om de betalende praktijk, ondergebracht in de Stichting Juridische Dienstverlening (SJD), van haar los te maken. Op grond van het stelsel van wettelijke bepalingen van de Wrb oordeelt de president dat een stichting rechtsbijstand tot het specifieke wettelijke instrumentarium van de gefinancierde rechtsbijstand behoort en daarom bij de uitoefening van haar taken in beginsel de daaraan door of krachtens de Wrb gestelde grenzen dient te respecteren, alsmede de aan haar door de raad in het kader van de toepassing van de Wrb gestelde verplichtingen behoort te volgen. Gelet op de bijzondere positie van de stichtingen rechtsbijstand kan van hen worden verlangd dat zij uitsluitend werkzaamheden verrichten in het kader van het stelsel van de gefinancierde rechtsbijstand, zoals neergelegd in de Wrb en de daarop gebaseerde wettelijke regelingen. In dat verband kan verweerder aan haar subsidieverlening voor 2001 aan verzoekster de voorwaarde verbinden dat zij zich zal onthouden van werkzaamheden, die dat kader te buiten gaan, zoals het voeren van een betalende praktijk. In een dergelijk geval kan worden gesproken van een verplichting zoals ook is bedoeld in art. 4:38 Awb. Voorts is verweerder bevoegd om als voorwaarde aan de subsidieverlening te verbinden dat zij toestemming moet geven voor een samenwerking als die tussen verzoekster en de SJD, aangezien verweerder in het wettelijk systeem van de Wrb de primaire verantwoordelijkheid heeft voor de organisatie van de gefinancierde rechtsbijstand en voor het toezicht op de uitvoering daarvan. Verweerder is gerechtigd verzoekster te verbieden om deel te nemen aan een betalende praktijk op de wijze waarop verzoekster thans samenwerkt met de SJD welke samenwerking in feite neerkomt op een personele unie. Nu verzoekster aan de voorwaarden niet heeft voldaan en ook niet bereid is daaraan te voldoen, is verweerder in het licht van art. 4:46.2 Awb bevoegd om op de toegezegde subsidie een korting toe te passen. De wijze van berekening van de korting is in dit geval evenwel onvoldoende gemotiveerd. Deze uitspraak is tevens opgenomen in deze Nieuwsbrief onder nummer 353. De raad voor de rechtsbijstand te Leeuwarden, verweerder. mr. D.J. Keur (president) Awb 4:37, 4:38, 4:46.1, 4:46.2.b Wet op de rechtsbijstand 2.1, 2.5, 12.1, 19.1, 42, 42b.1 Subsidiebesluit Raden voor Rechtsbijstand 8 Subsidieregeling Stichtingen Rechtsbijstand 2000 11, 17.1, 25.1

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen