Rb. Leeuwarden 14 juni 2001, ECLI:NL:RBLEE:2001:AB2150
De werkwijze inhoudend dat de wethouder eerst nadat sectorhoofd SMZ de besluiten op bezwaar heeft genomen, wordt betrokken bij dit besluit, verdraagt zich niet met art. 120.2 Abw. Beëindiging met terugwerkende kracht van Abw-uitkering in verband met niet voldoen aan de inlichtingenverplichting. De hieruit voortvloeiende terugvordering (periode 1 november 1993 tot 1 september 1999) bedraagt fl. 109.988,25 bij voldoening uiterlijk op 31 december 1998, en fl. 114,761,29 bij voldoening na die datum. De rechtbank concludeert uit de stukken dat blijkens het besluit van 12 december 1995, dat klaarblijkelijk het besluit van 8 december 1987 incorporeert, ten aanzien van "gladde gevallen" beslissingsbevoegdheid is gemandateerd aan de directeur SMZ (thans aangeduid als sectorhoofd SMZ of Sectorhoofd Samenlevingszaken). Tot de "gladde gevallen" behoren blijkens bijlage I de beslissingen op bezwaarschriften, waaronder die inzake de toepassing van de Abw. Dat de besluitvorming aldus plaatsvindt, wordt bevestigd in de toelichting op de werkwijze. Daarin is beschreven dat de beslissing op bezwaar wordt genomen door "eerder genoemden", waaronder in de context slechts het sectorhoofd SMZ en de wethouder zijn te verstaan. Het komt erop neer dat aan het sectorhoofd SMZ mandaat is verleend tot het beslissen op bezwaarschriften inzake de Abw en dat het sectorhoofd dit mandaat daadwerkelijk uitoefent door samen met de wethouder te beslissen. Dit beslissingsmandaat is naar het oordeel van de rechtbank in strijd met art. 120.2 Abw. Hieraan doet niet af dat -zoals verweerder bij aanvullend verweerschrift heeft benadrukt- het besluit pas wordt verzonden nadat de wethouder de besluitenlijst heeft getekend. Immers, volgens art. Ia lid 1 van het besluit van 8 december 1987 komen slechts de "krachtens mandaat genomen besluiten" op deze lijst terecht. De wethouder wordt dus pas betrokken nadat de besluiten reeds door het sectorhoofd zijn genomen. Deze gang van zaken verdraagt zich niet met art. 120.2 Abw. In de laatste zin van de toelichting op de werkwijze wordt slechts gesproken over een ondertekeningsbevoegdheid. De rechtbank acht het echter onaannemelijk dat daarvan sprake is. Ondertekeningsmandaat veronderstelt immers dat het college, voorafgaand aan de ondertekening door het sectorhoofd, zelf op eisers bezwaren heeft beslist. Uit de bestreden besluiten noch uit de overige stukken van het geding valt echter af te leiden dat dit is gebeurd. Bovendien blijkt uit de duidelijke bewoordingen van art. Ia van het besluit van 8 december 1987, respectievelijk uit de overige toelichting op de werkwijze, dat het sectorhoofd SMZ beslissingsbevoegd is, respectievelijk dat hij samen met de wethouder beslist. De bestreden besluiten dienen derhalve te worden vernietigd wegens strijd met art. 120 lid 2 Abw. Mede gelet op de parlementaire geschiedenis, waaruit blijkt dat in het beslissen door het verantwoordelijke bestuurlijk college een waarborg is gelegen voor het daadwerkelijk plaatsvinden van de open, volledige heroverweging die de wetgever heeft beoogd bij de regeling van de bezwaarprocedure in zaken betreffende de Abw, acht de rechtbank het niet aangewezen de rechtsgevolgen van de te vernietigen besluiten in stand te laten. Het college van burgemeester en wethouders van Achtkarspelen, verweerder. mr. K. Post
De uitspraak op rechtspraak.nl