Rb. Leeuwarden 8 december 2000, ECLI:NL:RBLEE:2000:AA8916

Officier van Justitie is bestuursorgaan als bedoeld in art. 1:1.1.a Awb en derhalve ook als bedoeld in art. 1a.1 Wob. Officier van Justitie is bestuursorgaan als bedoeld in art. 1:1, eerste lid sub a Awb en derhalve ook als bedoeld in art. 1a, eerste lid Wob. Verzoek van eisers om afschriften te verstrekken betreffende het opsporingsonderzoek naar de moord op [slachtoffer] is door de OvJ afgewezen. Verweerder heeft de bezwaren tegen deze afwijzing ontvankelijk doch ongegrond verklaard. De OvJ behoort tot de rechtspersoon krachtens publiekrecht de Staat der Nederlanden. Aan zijn ambt zijn zelfstandige bevoegdheden geattribueerd. De OvJ is derhalve bestuursorgaan in de zin van art. 1:1, eerste lid onder a Awb . De officieren van justitie bij de arrondissementsparketten zijn volgens art. 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie niet met rechtspraak belast. Anders dan de in art. 1:1, tweede lid onder g genoemde leden van het Openbaar Ministerie is de OvJ is niet uitgezonderd als bestuursorgaan. Blijkens de wetsgeschiedenis van de Awb en de uitspraak van de AbRS, 3 oktober 1996, AB 1996/474 ('Luchthaven Schiphol N.V.'), dient onder 'bestuursorgaan' in art. 1a, eerste lid WOB hetzelfde te worden verstaan als daaronder in de Awb wordt begrepen. De WOB is mitsdien van toepassing op de OvJ als bestuursorgaan, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van verweerder. Een op schrift gestelde weigering van de OvJ om op grond van de Wob informatie te verstrekken is een besluit, nu deze beslissing op rechtsgevolg is gericht. Door de weigering ontstaat immers niet het door eisers beoogde recht op informatieverstrekking dat hen in beginsel toekomt krachtens de Wob. Nu het primaire besluit is genomen door de OvJ, is de rechtbank op grond van art. 6:4, eerste lid Awb van oordeel dat bezwaar gemaakt had moeten worden door een bezwaarschrift in te dienen bij de OvJ, die vervolgens zelf op het bezwaar had behoren te beslissen. Verweerder heeft het bestreden besluit onbevoegd genomen. Beroep gegrond en bestreden besluit vernietigd. Ten aanzien van de ontvankelijkheid komt de rechtbank tot de conclusie dat de overschrijding van de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift niet verschoonbaar is. De OvJ staat geen andere weg open dan het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De Minister van Justitie, verweerder. mrs. C.H. de Groot, E. de Witt, E.M. Visser Deze uitspraak is tevens met een Awb-selectiemotief opgenomen in deze Nieuwsbrief onder nummer 52-2001. De Minister van Justitie, verweerder. mrs. C.H. de Groot, E. de Witt, E.M. Visser

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen