Rb. Haarlem 4 april 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6157
Schorsing van rechtswege van advocaat van eiseres. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol , teneinde eiseres in de gelegenheid te stellen opnieuw advocaat te stellen. Mocht zij daartoe niet overgaan, dan heeft gedaagde op grond van art. 228 Rv de mogelijkheid om op de voet van het arrest van de Hoge Raad van 9 december 2011 (LJN: BT2915; RvdW 2011,1545) het geding onmiddellijk weer te doen hervatten in de stand waarin dit zich bij de schorsing bevond, door een exploit uit te brengen aan eiseres zelf, waarin dit wordt aangezegd aan eiseres, onder (i) oproeping op de voet van art. 227 lid 2 Rv tegen de zitting waarop de zaak zal worden voorgezet, (ii) mededeling van de schorsing van het geding en de reden daarvan, en (iii) aanzegging dat een andere advocaat gesteld moet worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl