Rb. Haarlem 21 september 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY0747

Kort geding. Uitwerking kopstaartvonnis. De Staat en een rechter-commissaris in strafzaken worden in rechte betrokken in verband met een strafrechtelijk getuigenverhoor in Brazilië. Eisers voeren aan dat het fundamentele recht van ondervraging is geschonden door het ontbreken van waarborgen betreffende de wijze waarop het getuigenverhoor in Brazilië zal plaatsvinden. Eisers zijn in hun vorderingen tegen de rechter-commissaris niet ontvankelijk. Het wezenlijke kenmerk van de rechtsprekende functie is dat zij in onafhankelijkheid kan worden uitgeoefend, zonder inmenging van buiten, ook niet door een andere rechter, anders dan in het kader van de bij de wet aangewezen rechtsmiddelen. Deze onafhankelijkheid brengt mee dat het niet past dat een rechter zich in een geding als partij moet verantwoorden voor een door hem genomen beslissing en ook niet dat hij geboden zou kunnen worden om anders te beslissen. Bij de beoordeling van de vorderingen van eisers dient het gesloten stelsel van het Wetboek van Strafvordering tot uitgangspunt te worden genomen, en daarbinnen is met name het gesloten stelsel van rechtsmiddelen van belang. Dat betekent dat de voorzieningenrechter geen taak heeft waar eisers de mogelijkheid hebben op korte termijn van een strafvorderlijk rechtsmiddel gebruik te maken. Dat betekent ook dat de voorzieningenrechter in beginsel geen taak heeft indien het Wetboek van Strafvordering niet in een rechtsmiddel voorziet, aangezien het in strijd zou zijn met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen wanneer de kort gedingrechter als verkapte strafrechtelijke beroepsinstantie zou kunnen worden geadieerd. Niet uitgesloten is echter dat zich omstandigheden kunnen voordoen die ingrijpen van de voorzieningenrechter in de strafrechtspleging noodzakelijk maken. Dit zal zich in het algemeen eerst kunnen voordoen bij een schending van een fundamenteel beginsel van behoorlijke strafrechtspleging die van zodanige aard is dat onmiddellijk ingrijpen is vereist. Bij de beoordeling of daarvan sprake is, dient tevens te worden betrokken in hoeverre de gevolgen van een eventuele schending binnen de strafrechtspleging ongedaan gemaakt kunnen worden. Eisers hebben onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van zodanige schending van voormeld beginsel dat ingrijpen door de voorzieningenrechter is vereist. De gevraagde voorzieningen worden geweigerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen