Rb. Haarlem 27 juni 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BX7233

Vordering op erfgenamen tot terugbetaling voorschotten PGB Uit de stellingen de volgt dat de vordering deels ziet op budget dat betrekking heeft op de periode vóór het overlijden van erflater en erflaatster en deels op budget dat ziet op de periode na het overlijden van beiden en dat na dat overlijden. Dit betekent dat de vordering alleen voor wat betreft het deel dat ziet op de periode tot het overlijden van de erflater en de erflaatster tot de respectieve nalatenschappen behoort en voor het overige tot de eenvoudige gemeenschap waarin de erfgenamen ieder voor één vijfde deel gerechtigd zijn, nu zij immers als erfgenamen gezamenlijk in de rechten van de beide rekeninghouders zijn getreden. Gedaagde heeft de nalatenschappen beneficiair aanvaard. Ingevolge artikel 4:202 BW brengt dit met zich dat de nalatenschappen overeenkomstig Afdeling 3 van Titel 6 van Boek 4 BW vereffend moeten worden. Dit betekent dat eiseres haar vordering, voor zover deze in de nalatenschappen valt, binnen een door de kantonrechter bepaalde (of nog te bepalen) datum moet indienen bij de boedelnotaris, of indien deze ontbreekt, bij de vereffenaar(s). Eiseres kan de erfgenamen niet rechtstreeks ter zake dit deel van de vordering aanspreken. Zij is daarom niet-ontvankelijk in haar vordering voor zover deze ziet op de terugvordering van budget dat betrekking heeft op de periode vóór het overlijden van de erflater en de erflaatster. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat als niet weersproken vaststaat dat de vereffening nog niet is beëindigd. Na het overlijden van erflaters is een totaal bedrag van € 143.476,62 aan budget door eiseres op de zogenoemde ervenrekeningen overgemaakt. Aangezien het PGB slechts toekomt aan de verzekerden ingevolge de AWBZ staat met het overlijden van beide verzekerden eind 2007 vast dat deze voorschotbedragen voor 2008 onverschuldigd zijn betaald. Of de toekenningsbeschikkingen voor 2008 al dan niet zijn ingetrokken kan daarom in het midden blijven. Gedaagde wordt in dit verband immers niet aangesproken als erfgename maar als één van de rechthebbenden op de bankrekening ten tijde van de onverschuldigde betalingen. In die hoedanigheid is gedaagde gehouden het onverschuldigd betaalde bedrag voor wat betreft het één vijfde aandeel in de desbetreffende bankrekeningen terug te betalen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen