Rb. Haarlem 25 mei 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BX0175

Hypotheekhoudster (de bank) heeft appartementencomplex op de voet van artikel 3:268 lid 2 BW onderhands executoriaal verkocht aan eiseres. Nadien is eiseres gebleken dat gedaagden een van de appartementen bewonen. De stelling van eiseres dat de huurovereenkomst van gedaagden een schijnovereenkomst is, is tegenover de gemotiveerde betwisting door gedaagden onvoldoende aannemelijk geworden. Nu geen verlof is verleend door de voorzieningenrechter voor inroeping van het huurbeding was de bank vóór verkoop niet bevoegd de huurovereenkomst met inroeping van het huurbeding te vernietigen. Dat brengt mee dat ook de koper, die zijn rechten aan de bank ontleent, niet bevoegd is het huurbeding in te roepen. Eiseres komt voorts geen beroep toe op artikel 3:264 lid 5 BW.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen