Rb. Haarlem 3 april 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BW0678
De weigering om een tegemoetkoming kob op grond van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen van maandelijks € 33,09 te verstrekken aan een AOW-gerechtigde, die niet in Nederland woont maar wél inwoner van de EU is, vormt een ongeoorloofd onderscheid naar woonplaats als bedoeld in artikel 7 Vo 883/2004. Artikel 3 van Wmkob is in strijd met artikel 7 Vo 883/2004, omdat aan binnenlandse belastingplichtigen, behoudens de eis dat zij ouder zijn dan 65 jaar, geen nadere voorwaarden worden gesteld en aan buitenlandse belastingplichtigen wel de nadere voorwaarde wordt gesteld dat 90% van hun wereldinkomen in Nederland aan belastingheffing is onderworpen. De tegemoetkoming kob is een socialezekerheidsuitkering in de zin van artikel 3, eerste lid, Vo 883/2004 en niet een fiscale maatregel die volgens de wetgever buiten de werkingssfeer van die verordening valt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 4 BIS
- Artikel 22b LB
- Artikel 2.1 Wet IB 2001
- Artikel 2.5 Wet IB 2001
- Artikel 8.17 Wet IB 2001
- Artikel 1 Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen
- Artikel 3 Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen
- Artikel 5 Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen
- Artikel 14 Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen
- Artikel 21 VWEU