Rb. Haarlem 29 maart 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BW0289
Betreft een beroep tegen de verlaging van de bekostiging van een regionale omroep en het niet toepassen van de reële index voor 2012. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit ten onrechte beperkt tot de redelijkheid van de in acht genomen termijn voor het aankondigen van de verlaging van de bekostiging. Het besluit is daarom in strijd met artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht en verweerder zal alsnog op grondslag van het bezwaar een beslissing dienen te nemen. De rechtbank acht de door verweerder gehanteerde termijn, gelet op hetgeen daarover in beroep door eiseres is aangevoerd, niet onredelijk. Uit proceseconomische overwegingen heeft de rechtbank de overige beroepsgronden van eiseres beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat het verlagen van de bekostiging op zichzelf niet in strijd is met de Mediawet. De op verweerder rustende zorgplicht brengt evenwel met zich dat verweerder eiseres voor het verzorgen van de regionale publieke mediadienst in ieder geval een budget moet verstrekken waarmee eiseres, conform het bepaalde in Mediawet, een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod kan verzorgen, tenzij de kosten op andere wijze zijn gedekt of verweerder aannemelijk maakt dat eiseres met een lager bedrag een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod kan realiseren. Met het budget moet RTV Noord-Holland tenminste kunnen blijven voldoen aan het in 2004 bestaande niveau van activiteiten met betrekking tot de verzorging van media-aanbod. Verweerder heeft vooralsnog op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat eiseres vanaf 1 januari 2012 met een lagere bekostiging een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod kan verzorgen.
De uitspraak op rechtspraak.nl