Rb. Haarlem 9 december 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BU7579

Eigen bijdrage op grond van de Wmo. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur verzetten zich niet tegen het alsnog opleggen van een eigen bijdrage voor een reeds verstrekte voorziening. Voorts volgt uit de tekst noch de toelichting van artikel 15 Wmo dat het opleggen van een eigen bijdrage is beperkt in die zin dat die bijdrage slechts bij toekenning van de voorziening kan worden opgelegd. De rechtbank leest artikel 4.4 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning zo dat het CAK binnen twee jaar na aanvang van de maatschappelijke ondersteuning een (voorlopige) beschikking moet hebben afgegeven omtrent vaststelling van de hoogte en de duur van de eigen bijdrage. Deze periode is in dit geval nog niet verstreken, zodat ook dit artikel niet in de weg staat van het opleggen van een eigen bijdrage. De rechtbank is van oordeel dat de Wmo geen ruimte biedt om naast artikel 15 en 19 van de Wmo, meer mogelijkheden te scheppen voor het opleggen van financiële voorwaarden. Gelet hierop heeft verweerder in het verleden ten onrechte en in strijd met de wet een besparingsbijdrage aan eiser opgelegd. Nu het opleggen van een besparingsbijdrage niet mogelijk was acht de rechtbank de overgangsrechtelijke bepaling zoals neergelegd in het zevende lid van de Verordening van de gemeente, onverbindend wegens strijd met de wet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen