Rb. Haarlem 22 november 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BU5194
De besluitvorming die de vestiging van de coffeeshop in Nieuw-Vennep mogelijk moet maken, valt uiteen in twee besluiten van B&W, te weten de ontheffing ex artikel 3.23 Wro en de reguliere bouwvergunning, en twee (deel)besluiten van de burgemeester, te weten de voor de periode van een jaar afgegeven exploitatievergunning als bedoeld in artikel 28 van de Algemene Plaatselijke Verordening en een gedoogverklaring ten aanzien van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, eveneens voor de duur van een jaar. Nu de verkoop van softdrugs niet rechtstreeks planologisch kan worden gereguleerd, omdat deze activiteit ingevolge de Opiumwet is verboden, mogen B&W bij de toetsing van het bouwplan aan het bestemmingplan niet een coffeeshop als uitgangspunt nemen. B&W dienen uit te gaan van een legale functie met een gelijke ruimtelijke uitstraling, zoals een café of snackbar. Daaruit volgt dat B&W ook dienen te toetsen aan het op een dergelijke functie van toepassing zijnde beleid, in dit geval het horecabeleid, in plaats van uitsluitend aan de Nota ruimtelijke criteria voor de vestiging van coffeeshops. Dat is van belang omdat ter plaatse zonder voorbehoud een horecagelegenheid wordt toegestaan, terwijl de bestemde locatie niet in het horecaontwikkelgebied is gelegen. Het besluit van B&W is niet met de vereiste zorgvuldigheid genomen en er ontbreekt een deugdelijke motivering. Nu het besluit tot verlening van ontheffing van het bestemmingsplan geen stand kan houden, moeten ook de bouwvergunning en exploitatievergunning worden vernietigd. De gedoogverklaring van de burgemeester op grond van de Opiumwet wordt eveneens vernietigd, nu deze een nadere motivering behoeft. De burgemeester dient alsnog te toetsen aan de Nota ruimtelijke criteria voor de vestiging van coffeeshops.
De uitspraak op rechtspraak.nl