Rb. Haarlem 25 juli 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BR4502

UWV heeft zich bij zijn besluitvorming ter zake van het moment van heropening van eisers WAO-uitkering gebaseerd op artikel 47b van de WAO in samenhang met artikel 35, tweede lid, van de WAO. Uit de bepalingen volgt, zo blijkt ook uit de jurisprudentie van de CRvB, inderdaad dat indien de WAO-uitkering is ingetrokken wegens detentie, de belanghebbende zelf moet vragen om heropening van de uitkering nadat de detentie is afgelopen. De uitkering kan dan niet eerder ingaan dan het tijdstip waarop om heropening is gevraagd. De rechtbank is echter van oordeel dat deze bepalingen niet kunnen worden toepast in de onderhavige situatie, waarbij UWV eisers uitkering pas in oktober 2010 heeft ingetrokken wegens eerdere detenties in de periode 2004 - 2007. Onder deze omstandigheden kon niet van eiser worden verwacht dat hij, terwijl zijn uitkering nog niet was ingetrokken wegens detentie, bij invrijheidstelling telkens wel om heropening van zijn uitkering vroeg. Daarbij komt dat uit de gedingstukken blijkt dat eiser in de genoemde jaren meermaals contact heeft gehad met UWV teneinde te bewerkstelligen dat zijn uitkering weer werd uitbetaald, welke op dat moment om andere redenen niet werd uitbetaald of was ingetrokken. UWV heeft naar oordeel van de rechtbank ten onrechte artikel 47b van de WAO in samenhang met artikel 35, tweede lid, van de WAO toegepast in de situatie van eiser.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen