Rb. Haarlem 3 augustus 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BR4065
Vordering van een leerling om nogmaals te worden toegelaten tot een herexamen in verband met klachten over het verloop van het eerste herexamen waardoor zij te weinig tijd beschikbaar had en hinder heeft ondervonden. Over de feitelijke gang van zaken bij het herexamen kan de voorzieningenrechter niet anders dan vaststellen dat partijen daarover van mening verschillen. Nu er geen groot spoedeisend belang bij de vordering bestaat, ligt het voor de hand dat in ieder geval eerst het oordeel van de inspectie wordt gevraagd. De inspectie is bovendien, veel meer dan de voorzieningenrechter, deskundig met betrekking tot de onderhavige materie en de aangewezen instantie om deze vragen van feitelijke aard te onderzoeken en te beoordelen in het licht van de vraag of het examen op onregelmatige wijze heeft plaatsgevonden en om te beslissen dat een examen geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw wordt afgenomen. De vordering is afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl