Rb. Haarlem 22 april 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1518
Artikel 359a Sv; onherstelbare vormverzuimen bij insluitingsfouillering; bewijsuitsluiting resulterend in vrijspraak. De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem spreekt verdachte vrij van handel in en aanwezig hebben van cocaïne wegens onherstelbare vormverzuimen bij de insluitingsfouillering. Door ongevraagd en zonder toestemming van de hulpofficier van justitie de broek van verdachte naar beneden te trekken, waarbij ook de onderbroek van verdachte deels omlaag is getrokken, zijn de verbalisanten naar het oordeel van rechtbank buiten hun bevoegdheden zoals neergelegd in de ambtsinstructie ter zake van de insluitingsfouillering getreden. Door de op het bovenbeen geklemde drugs uit de onderbroek van verdachte te pakken, hebben verbalisanten bovendien onderzoek aan het lichaam verricht als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Nu voor dergelijk onderzoek (eveneens) toestemming is vereist van de officier van justitie of de hulpofficier van justitie en deze toestemming niet was verkregen, hebben verbalisanten verdachte onrechtmatig aan zijn lichaam onderzocht. Hiermee is sprake van een onherstelbaar vormverzuim zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Met betrekking tot het belang van het geschonden voorschrift overweegt de rechtbank dat met de voorschriften van artikel 28 en 29 van de ambtsinstructie en artikel 56, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering een zwaarwegend belang wordt beschermd nu het voorschriften betreffen omtrent handelingen die vanwege hun aard een indringende inbreuk maken op de lichamelijke integriteit van de betrokkene. In onderhavig geval is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een ernstig vormverzuim op waarvan verdachte nadeel heeft ondervonden.
De uitspraak op rechtspraak.nl