Rb. Haarlem 21 juni 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ9611

Voorovereenkomst. Nul-urencontract. Rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW. Bedoeling van partijen bij het aangaan van de overeenkomst. Invulling van de arbeidsrelatie. Eiser heeft als oproepkracht beveiligingswerkzaamheden voor gedaagde verricht. Gedaagde heeft eiser niet meer voor werkzaamheden opgeroepen, in verband met het niet behalen door eiser van het diploma Beveiliger 2. Eiser vordert in kort geding doorbetaling van loon, stellende dat hij vanaf het begin heeft gewerkt volgens een vast rooster en niet op de wijze als omschreven in de cao Evenementenbeveiliging Oproepkrachten, zodat sprake is van een reguliere arbeidsovereenkomst. Eiser stelt voorts dat het niet behalen van het diploma niet als ontbindende voorwaarde geldt. De kantonrechter is van oordeel dat vooralsnog aannemelijk is dat het beroep van eiser op het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW in een bodemprocedure zal standhouden. Toch wordt de voorlopige voorziening geweigerd, nu niet de verwachting gewettigd is, dat in een bodemprocedure zal komen vast te staan dat gedaagde eiser ten onrechte niet meer voor werkzaamheden heeft opgeroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen