Rb. Haarlem 24 januari 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BP8552
Ongewenst vreemdeling; Verdachte is op 24 december 2010 per vliegtuig Nederland in gereisd voor een korte vakantie bij vrienden en hij heeft (anders dan door de raadsman is betoogd) aldus in Nederland verbleven, dit terwijl hij in 1999 door de Staatssecretaris van Justitie tot ongewenst vreemdeling was verklaard en terwijl deze ongewenstverklaring nog steeds van kracht was. Dit is in beginsel een ernstig strafbaar feit dat vanwege de inbreuk die daarmee wordt gemaakt op de Nederlandse rechtsorde, noopt tot oplegging van de - voor dit misdrijf gebruikelijke - gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. In aanmerking genomen echter dat verdachte dit misdrijf heeft begaan, doordat hij heeft nagelaten zich er deugdelijk van te vergewissen of die ongewenstverklaring nog van kracht was en dat hij als gevolg van zijn aanhouding op Schiphol kort na zijn aankomst van zijn vrijheid is beroofd en dat die vrijheidsbeneming zich ook heeft uitgestrekt over de feestdagen, is de politierechter van oordeel dat de door verdachte tot 10 januari 2011 in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd een voldoende strafrechtelijke reactie op het door verdachte begane misdrijf is.
De uitspraak op rechtspraak.nl