Rb. Haarlem 2 februari 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BP7234

Onteigening; schadeloosstelling; De rechtbank volgt het advies van de deskundigen op het punt van de grondprijs. Anders dan de gemeente heeft aangevoerd, vormt de enkele omstandigheid dat de schadeloosstelling het aanbod overtreft onvoldoende grond om gedaagde te veroordelen tot betaling van (een deel van) de kosten van het geding. Indien de rechtbank daartoe wel over zou gaan, zou dat feitelijk betekenen dat gedaagde er verstandiger aan had gedaan het niet op een onteigeningsprocedure te laten aankomen en reeds daaraan voorafgaand overeenstemming te bereiken met de gemeente, opdat hij daarmee het risico zou hebben ontlopen om veroordeeld te worden in (een deel van) de proceskosten. Dit zou betekenen dat een onteigenende partij in de aan de onteigeningsprocedure voorafgaande onderhandelingen daarbij een extra drukmiddel zou hebben, hetgeen een ongeoorloofde beperking zou inhouden van de toegang tot de rechter. Nu er overigens geen redenen zijn om een deel van de kosten voor rekening van gedaagde te laten, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de hoofdregel dat de kosten van het proces ten laste komen van de onteigenende partij. De door de advocaat van gedaagden gemaakte kosten in verband met cassatieprocedures komen niet voor vergoeding in aanmerking, nu gedaagden als de in het ongelijk gestelde partijen telkens zijn veroordeeld in de kosten van die procedures. De desbetreffende kosten hebben ook geen betrekking op de onteigeningsprocedure bij deze rechtbank.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen