Rb. Haarlem 12 januari 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BP1105
B&W hebben aan de provincie een vrijstelling verleend ingevolge artikel 19, eerste lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor de aanleg van twee aansluitingen van de N201 op de Rijksweg A4, inclusief verbindingswegen (deelproject “N201, aansluitingen A4”) tussen de Kruisweg in De Hoek en de Bennebroekerweg. De vrijstelling is een m.e.r.-plichtig besluit. Volgens B&W bestaat geen verplichting om met betrekking tot de vrijstelling een afzonderlijke m.e.r. voor besluiten te verrichten, omdat ten behoeve van de streekplanherziening / -uitwerking uit 2002 reeds een m.e.r. is uitgevoerd. Anders dan in de uitspraak van de ABRS van 21 januari 2009 (Kernhem, LJN: BH0469) over het overgangsrecht uit 1996 bij de wijziging van het Besluit milieueffectrapportage 1994 is volgens de rechtbank geen sprake het ontbreken van toegevoegde waarde van een tweede appellabele m.e.r.-beoordeling. De streekplanherziening / -uitwerking bevatte geen concrete beleidsbeslissing, zodat de streekplanherziening / -uitwerking destijds niet voor beroep vatbaar was. B&W hebben ten onrechte ten behoeve van de vrijstelling geen m.e.r. opgesteld. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 7.27 ,eerste lid, van de Wet milieubeheer.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 4a Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 10 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 11 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 14 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 44 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 7.2 Wm
- Artikel 7.5 Wm
- Artikel 7.12 Wm
- Artikel 7.26 Wm
- Artikel 7.27 Wm
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 9.1.6 Invoeringswet Wro