Rb. Haarlem 29 december 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BP0276

Erfgrens; ruilverkaveling; verkrijgende verjaring erfdienstbaarheid; Partijen hebben aanpalende percelen in eigendom. Tussen partijen is onder meer de ligging van de erfgrens in geschil. Eiser betwist de juistheid van de erfgrensbepaling onder verwijzing naar een kadastrale uitmeting van 1974. In 1989 heeft echter ruilverkaveling plaatsgevonden. Ruilverkaveling leidt tot originaire eigendomsverkrijging. Deze titel is onaantastbaar. Aan de uitmeting van 1974 komt daarom geen betekenis toe. Het beroep van eiser op verkrijgende verjaring van een recht van erfdienstbaarheid faalt, nu eiser niet als bezitter te goeder trouw kan worden aangemerkt en de termijn voor verkrijgende verjaring bij bezit niet te goeder trouw nog niet is verstreken. Eerst tijdens pleidooi heeft eiser de stelling naar voren gebracht dat gedaagden hun perceel hebben verhoogd en daardoor water op het perceel van eiser loopt. De rechtbank acht deze wijziging van de grondslag van de eis ontoelaatbaar wegens strijd met de goede procesorde. Gedaagde heeft daarop onvoldoende kunnen reageren en een onderzoek naar deze nieuwe stelling zou tot onaanvaardbare vertraging van de procedure leiden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen