Rb. Haarlem 15 december 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BP0125

De door partijen overeengekomen waarderingsclausule ter bepaling van de door de overblijvende aandeelhouders/bestuurders te betalen waarde voor de door de vertrekkende aandeelhouder/bestuurder aan hen over te dragen aandelen is in beginsel bindend, maar in de gegeven omstandigheden is de objectiviteit met betrekking tot toepassing van die clausule onvoldoende gewaarborgd. De toepassing van die clausule is in zoverre dan ook onaanvaardbaar. Benoeming van een deskundige is hierdoor noodzakelijk, ook met betrekking tot de vaststelling van de jaarcijfers. Rechtbank stelt een bandbreedte van 20% ten oopzichte van een waardebepaling door een onafhankelijke accountant van eisers vast. Bij de waardebepaling van de aandelen moet worden uitgegaan van een (fictieve) dividend-uitkering, teneinde gedaagde niet op te zadelen met (extra) nadeel dat voor hem aan niet-uitkering van dividend zou zijn verbonden. Discretionaire bevoegdheid (bestuurders van) vennootschap bij beslissing om al dan niet dividend uit te keren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen