Rb. Haarlem 10 november 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO8286
[A] is op grond van een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst in dienst geweest van AZ als trainer-coach van het eerste elftal. Uit hoofde van dat dienstverband heeft [A] loon ontvangen van AZ, over welk loon AZ de verschuldigde loonbelasting heeft voldaan aan de belastingdienst. Daarnaast heeft [A BV] een licentieovereenkomst gesloten met DSB, de voormalig hoofdsponsor van AZ, voor het gebruik van de naam en het portret van [A]. De belastinginspecteur heeft de door DSB aan [A BV] uitgekeerde licentiesommen volledig aangemerkt als netto door AZ aan [A] betaald loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, over welk bedrag de inspecteur AZ een naheffingsaanslag loonbelasting heeft opgelegd. De belastingkamer van het Hof Amsterdam heeft de vordering van de belastingdienst grotendeels bekrachtigd. AZ vordert thans veroordeling van [A] tot betaling van de aan de belastingdienst verschuldigde naheffingsaanslag. Vordering wordt toegewezen op grond van ongerechtvaardigde verrijking van [A].
De uitspraak op rechtspraak.nl