Rb. Haarlem 30 november 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO6346
Ontheffing voor het gebruik van een geweer, in combinatie met kunstlicht, voor de periode tussen zonsondergang en zonsopkomst voor het doden van vossen, het voorhanden hebben van een geweer in een rijdend motorvoertuig dan wel een ander voertuig [...] en voor het gebruik van aardhonden. De ontheffing is niet in strijd met artikel 1 van de beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie van 24 september 1984, reeds vanwege het feit dat deze beschikking alleen betrekking heeft op het uitoefenen van de jacht en niet op voorkoming van schade aan fauna, waar in dit geval sprake van is. De rechtbank is van oordeel dat de ontheffing voor het inzetten van aardhonden gedurende de zoogperiode, gelet op het dierenwelzijn, onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank niet gebleken dat het gebruik van aardhonden tijdens de zoogperiode een essentiële bijdrage levert aan het bestrijden van de schade aan weidevogels. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl