Rb. Haarlem 15 november 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4329
promis; diefstal; poging tot oplichting; vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel; onbevoegheid van de rechtbank met betrekking tot de door een andere rechtbank voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel; doorzending van de vordering tot tenuitvoerlegging; 509z Sv; 509z Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de diefstal van vier pakken anti vlooienmiddel voor katten bij een dierenwinkel. Voorts heeft verdachte gepoogd om diezelfde dierenwinkel op te lichten door voornoemde goederen ter verruiling aan te bieden teneinde de verkoopster van de dierenwinkel te bewegen tot de afgifte van geld, te weten de verkoopwaarde van de goederen. Diefstal is een ergerlijk feit dat schade en overlast veroorzaakt. Voorts rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij onder valse voorwendselen en met onjuiste gegevens, te weten dat het ruilen reeds eerder met de baas van de verkoopster was besproken, geld heeft proberen te verkrijgen. Zulke gedragingen schaden het vertrouwen dat ondernemers en diens personeelsleden mogen hebben in hun klanten. Verdachte is in het verleden veelvuldig veroordeeld voor onder meer vermogensdelicten, onder meer tot werkstraffen en voorwaardelijke gevangenisstraffen. Ten tijde van het onderhavige delict liep verdachte in een proeftijd. Kennelijk weerhoudt dit verdachte er niet van om wederom een delict te begaan. De rechtbank is van oordeel dat thans nog slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat ingevolge artikel 509z van het Wetboek van Strafvordering niet zij bevoegd is over de vordering tot tenuitvoerlegging te oordelen, maar uitsluitend de rechtbank die in eerste aanleg de ISD-maatregel heeft opgelegd, in het onderhavige geval de rechtbank Amsterdam. Gelet op het gestelde in artikel 509z lid 3 van het Wetboek van Strafvordering zal de rechtbank Haarlem deze vordering doorverwijzen naar de Rechtbank Amsterdam.
De uitspraak op rechtspraak.nl