Rb. Haarlem 26 mei 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BM7662
Daad van geweld in de zin van artikel 385b Wetboek van Strafrecht, gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig in de zin van artikel 385b Wetboek van Strafrecht. Van de zijde van de verdediging is gesteld dat een gedeelte van de gepleegde handelingen niet te kwalificeren valt als geweld. De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van verdachte, in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld, zodat ook een gedraging waarbij geen directe fysieke kracht tegen een persoon wordt uitgeoefend, door de context van de situatie een gewelddadig karakter kan krijgen. Dat brengt met zich mee dat, mede gezien het beschermde belang van de overtreden bepaling, alle door de rechtbank bewezen handelingen gekwalificeerd kunnen worden als geweld in de zin van art. 358b Sr. Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat er nimmer sprake is geweest van gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig. Met betrekking tot dit verweer overweegt de rechtbank als volgt. Voorop dient te worden gesteld dat een antwoord op de vraag of er, als gevolg van een daad van geweld begaan tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig bevindt, gevaar voor het luchtvaartuig te duchten is, in zijn algemeenheid niet is te geven. Dit antwoord is mede afhankelijk - en zal ook in sterke mate beïnvloed kunnen worden door - de concrete omstandigheden van het geval. In onderhavig geval is verdachte gedurende nagenoeg de gehele vlucht van Paramaribo naar Amsterdam zeer agressief geweest. Tijdens deze vlucht zijn er bijna voortdurend leden van het cabinepersoneel met verdachte bezig geweest om hem in de gaten te houden, te ontwijken, te kalmeren, in bedwang te houden of te boeien en collega’s te beschermen. Er was angst en op een bepaald ogenblik zelfs chaos aan boord van het vliegtuig. Gezien deze concrete omstandigheden en de zeer lange tijdsspanne van het incident, is de rechtbank van oordeel dat door de ernstige misdragingen van verdachte een belangrijk deel van het cabinepersoneel zich gedurende lange tijd niet of niet volledig hebben kunnen richten op hun werkzaamheden en taken, die zij met het oog op de vliegveiligheid aan boord van het luchtvaartuig in vlucht hebben te verrichten. Derhalve is er sprake van gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig zoals bedoeld in art. 385b Sr.
De uitspraak op rechtspraak.nl