Rb. Haarlem 9 april 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BM1394
Verzoek om ORET-subsidie voor aanleg van een zeedijk en de aanleg van oeververdedigingswerken in Suriname. De rechtbank stelt vast dat de beweerdelijk gedane toezeggingen niet jegens eiseres zijn gedaan, maar jegens de minister van planning en ontwikkelingssamenwerking van Suriname. Reeds gelet hierop kan eiseres geen vertrouwen ontlenen aan de gestelde toezeggingen. [...] Nog daargelaten dat verweerder niet gebonden kan worden aan uitlatingen van zijn Surinaamse ambtgenoot, staat daaraan ook in de weg dat eiseres bij het aannemen van de projecten zelf had dienen te verifiëren bij verweerder wat de stand van zaken was met betrekking tot het verlenen van subsidie op grond van het ORET-programma. Op grond van de subsidieregeling heeft eiseres immers een eigen rol en verantwoordelijkheid bij het aanvragen van de subsidie. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.
De uitspraak op rechtspraak.nl