Rb. Haarlem 10 maart 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BL8499

Het geschil betreft de omvang van een declaratie van een advocaat in de zin van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ). In een dergelijk geval dient de uit deze wet voortvloeiende begrotingsprocedure te worden gevolgd. De artikelen 32 - 40 van de WTBZ voorzien hiervoor in een bijzondere rechtsgang, waaraan eiseres op grond van artikel 22 van de Advocatenwet is onderworpen. Omdat begroting door de Raad van Toezicht niet heeft plaatsgevonden, verklaart de kantonrechter zich ambtshalve onbevoegd om van de vordering kennis te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen