Rb. Haarlem 17 februari 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BL6528
Huurder huurt een bedrijfsruimte, bestemd voor de exploitatie van een hotel. De huurder laat een aanzienlijke huurachterstand ontstaan. Het beroep van de huurder op opschorting en verrekening wordt afgewezen op grond van het contractuele verbod tot opschorting en verrekening. De vordering tot huurontbinding, ontruiming en betaling van achterstallige huur wordt toegewezen. De gevorderde contractuele boete wordt gematigd. De vordering tot schadevergoeding wegens derving van huurpenningen tot het einde van de contractuele huurtijd wordt toegewezen in de vorm van een maandelijkse schadevergoeding. De in reconventie door de huurder gevorderde huurvermindering wordt afgewezen, onder meer op grond van de contractuele verdeling van de onderhoudsverplichtingen. De in reconventie tevens gevorderde vergoeding voor gevolgschade wordt eveneens afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl