Rb. Haarlem 4 februari 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BL5485
Wet tijdelijk huisverbod, Het beroep zal gelet op het voorgaande ongegrond verklaard worden voor zover dit zich richt tegen het huisverbod in enge zin, zulks met verwijzing naar artikel 1 sub b Wth, te weten het betreden van, zich ophouden bij of aanwezig zijn in die woning. Ook het contactverbod, voor zover daaronder wordt verstaan persoonlijk contact, blijft in stand. Het resterende besluit, waaronder in dit verband wordt verstaan een verbod van telefonisch contact, zal op dit specifieke onderdeel worden vernietigd. Redengevend daartoe is dat de voorzieningenrechter ontzegging van ieder contact van verzoekster met haar kinderen een zware maatregel acht die voor verzoekster en overigens ook voor de kinderen onevenredig veel nadeel meebrengt in verhouding met het doel dat met het besluit moet worden gediend.
De uitspraak op rechtspraak.nl