Rb. Haarlem 4 februari 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BL4896
OB. De rechtbank oordeelt dat de werkzaamheden die belanghebbende heeft verricht aan een voormalige reinwaterkelder in verband met ombouw tot sportcomplex niet hebben geleid tot de levering van een nieuw gebouw. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2003, nr. 37 525, 2003/193 oordeelt de rechtbank dat niet gesteld kan worden dat door haar handelen de functie van de reinwaterkelder is gewijzigd op grond waarvan moet worden aangenomen dat zij een nieuwe onroerende zaak heeft vervaardigd. Het arrest “Don Bosco” van het HvJ EG van 19 november 2009, C 461/08 is niet van toepassing hier, omdat het voorwerp van de onderhavige levering niet het (geplande) sportcomplex was doch enkel de kale betonnen bak (de resten van de reinwaterkelder) met het bijbehorende terrein. De koper heeft na de levering door belanghebbende met een aannemer een aanneemovereenkomst gesloten voor de bouw van het sportcomplex. De kosten daarvan zijn voor rekening van koper gekomen en niet verdisconteerd in de koopsom.
De uitspraak op rechtspraak.nl