Rb. Haarlem 16 februari 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BL4447
OB. De rechtbank heeft bij de vaststelling van de plaats van dienst de omschrijving in de onderliggende overeenkomsten tussen de adviseur profsporters en de BVO’s tot uitgangspunt genomen, zodat de dienst dient te worden omschreven als de bemiddeling bij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst tussen de speler en de BVO. De rechtbank is, hoewel de onderhavige diensten geen betrekking hebben op intracommunautaire transacties met goederen (volgens het arrest Lipjes van het HvJ EG), van oordeel dat de plaats van de bemiddelingsdiensten van eiseres moet worden bepaald aan de hand van artikel 6a, lid 3, onderdeel c, Wet OB. De plaats van dienst is de plaats waar de arbeid wordt verricht, in dit geval Engeland en Duitsland.
De uitspraak op rechtspraak.nl