Rb. Haarlem 30 november 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6516
EXECUTIEGESCHIL IN KORT GEDING: BESLAG, VERZET DOOR EEN DERDE, BESCHERMING VAN DERDE TER GOEDER TROUW Eiseres moet worden aangemerkt als ‘een derde’ in de zin van artikel 438 lid 5 Rv. Dit artikel schrijft dwingend voor dat in een executiegeschil als het onderhavige zowel de executant als de geëxecuteerde door de derde (eiseres) dienen te worden gedagvaard. Nu eiseres dit heeft nagelaten, is zij op grond daarvan niet ontvankelijk in haar vordering. Heeft eiseres te goeder trouw gehandeld bij de aankoop van de beslagen auto? Voor het vaststellen van de precieze feiten is het horen van getuigen nodig; een kort geding leent zich daar niet voor. Volgt weigering van de in conventie gevraagde voorziening. De in reconventie door de beslaglegger gevorderde afgifte van de kentekenbewijzen wordt om diezelfde reden afgewezen. Dit voorts omdat het wenselijk is dat de auto niet executoriaal verkocht wordt zolang in een bodemprocedure niet is vastgesteld wie de eigenaar ervan is. Door de gevorderde afgifte van de kentekenbewijzen zou die verkoop gemakkelijker wel gerealiseerd kunnen worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl