Rb. Haarlem 9 december 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6163

Procedure van Stichting Volendam alsmede vele individuele beleggers tegen Fortis Bank, [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3]. Gedaagden sub 2 en 3 hebben in 1996 onder de naam ‘Safe Haven’ bij Fortis Bank een bankrekening geopend en deze gebruikt om gelden van derden te beleggen. In navolging van de uitkomst van de ‘collectieve actie’ procedure ex art. 3:305a BW (HR 23 december 2005, NJ 2005, 289) oordeelt de rechtbank dat Fortis Bank na het openen van de rekening bekend moet zijn geraakt met die beleggingsactiviteiten en zich moet hebben gerealiseerd dat die mogelijk werden verricht zonder de daarvoor op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 benodigde vergunning. Fortis Bank had daarin aanleiding behoren te zien om zelfstandig onderzoek te doen, met als doel de beantwoording van de vraag of de handelwijze van Safe Haven al dan niet in overeenstemming was met de bepalingen uit de Wte 1995. Door na te laten onderzoek te verrichten heeft Fortis Bank onrechtmatig gehandeld jegens eisers. Onderzoek van Fortis Bank zou hebben uitgewezen dat de activiteiten van Safe Haven daadwerkelijk vergunningplichtig waren. Fortis Bank had niet, zoals door eisers gesteld, direct hoeven over te gaan tot sluiting van de rekening, maar zij had wel de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), de voorloper van de Autoriteit Financiële Markten, moeten waarschuwen. Beoordeeld dient te worden in hoeverre een dergelijke melding van invloed zou zijn geweest op het ontstaan en de omvang van de door eisers gesteld geleden schade. Ter beantwoording van de vraag wat de gevolgen zouden zijn geweest van een waarschuwing bij de STE, ziet de rechtbank aanleiding om een deskundigenbericht te gelasten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen