Rb. Haarlem 2 september 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ6978

Vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige beeindiging van distributieovereenkomsten. Beweerdelijk profiteren van onrechtmatige beëindiging en misbruik van identiteitsverschil. Paulianeuze overdracht van octrooirechten. Beweerdelijk ongerechtvaardigde verrijking. Beweerderlijk verbeurde dwangsommen. Opheffing beslagen. Ten aanzien van een aantal opzeggingsgronden die gedaagde aan de beëindiging van de overeenkomsten ten grondslag heeft gelegd, heeft eiseres gehandeld in strijd met die overeenkomsten. In aanmerking genomen alle omstandigheden waaronder gedaagde is gekomen tot beëindiging van de distributieovereenkomsten, komt de rechtbank echter tot de conclusie dat gedaagde ten opzichte van eiseres heeft gehandeld in strijd met de eisen van de redelijkheid en billijkheid door op genoemde gronden rauwelijks de overeenkomsten te beëindigen. Bestuurdersaansprakelijkheid wijst de rechtbank af. Aan de hand van door partijen in het geding gebrachte deskundigenrapporten komt de rechtbank tot een begroting, en waar nodig een schatting met toepassing van artikel 6:97 BW, van de schade die bestaat uit winstderving uit reguliere verkopen, een tweetal projecten en overige schade, uitgaande van de winst die eiseres zou hebben behaald indien de distributieovereenkomsten niet onrechtmatig door gedaagde zouden zijn beëindigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen