Rb. Haarlem 1 april 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ6930

Testamentair bewind, fideï-commis, rekening en verantwoording Ingevolge artikel 134 Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek (Ow NBW) is op het onderhavige bewind afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing, behoudens voor zover bepalingen in de uiterste wil daarvan afwijken. Weliswaar bepaalt artikel 4:161 BW dat de bewindvoerder rekening en verantwoording verschuldigd is aan de rechthebbende en aan degenen in wier belang het bewind is ingesteld, maar die bepaling moet wijken voor de testamentaire bepaling dat de bewindvoerder slechts rekening en verantwoording verschuldigd is aan de rechthebbende en, bij het einde van het bewind aan zijn opvolger. De stelling van eisers in reconventie dat ook de verwachters van het fideï-commissair vermogen rechthebbenden zijn, vindt geen steun in het recht en ook niet in de testamentaire bepalingen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen