Rb. Haarlem 28 juli 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ4172

Onweersproken staat vast dat de broer van de man, de heer [naam bio-vader], de biologische vader is van de minderjarigen. Voorts is niet betwist dat de heer [naam bio-vader] thans geen kinderbijdrage voldoet. Op grond van artikel 1:199 onder a BW is de vader van een kind de man die op het tijdstip van de geboorte van het kind met de vrouw uit wie het kind is geboren, is gehuwd. Van een uitzondering zoals genoemd in artikel 1:199 onder b BW is in het onderhavige geval niet gebleken. Derhalve is de man de juridische vader van de minderjarigen. Op grond van artikel 1:392 lid 1 BW is de man als juridische vader van de minderjarigen gehouden tot het verstrekken van levensonderhoud aan de minderjarigen. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank aan de stellingen van de man dat het niet redelijk dan wel in strijd met de normen van moraal en fatsoen is om van hem te verwachten dat hij een onderhoudsbijdrage betaalt voor zijn juridische, maar niet biologische kinderen voorbij.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen