Rb. Haarlem 28 juli 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ4166

Indien kinderen uit huis zijn geplaatst dient de verzorgende ouder aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) een ouderbijdrage te betalen in het kader van de Wet op de Jeugdzorg. Artikel 72 van de Wet op de Jeugdzorg bepaalt dat indien de bijdrageplichtige ouders gescheiden wonen en er (kort samengevat) door de rechter geen kinderalimentatie is vastgesteld, de ouder de ouderbijdrage verschuldigd is die ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet onmiddellijk voorafgaande aan de aanvang van de zorg recht op kinderbijslag had. In het onderhavige geval is dit de vrouw. Door vaststelling van kinderalimentatie kan de bijdrageplichtige ouder die door het LBIO aangesproken wordt, regres op de andere ouder zoeken. Bij kinderen die uithuisgeplaatst zijn, wordt de behoefte begrensd door de kosten die de verzorgende ouder daadwerkelijk maakt. In het kader van de bepaling van de behoefte van het kind kan van de verzorgende ouder worden gevergd dat zij alle kosten aannemelijk maakt die uitgegeven worden voor het kind. Het bedrag van de kinderbijslag dient geheel ten goede te komen aan het kind en dient dus afgetrokken te worden van het totaal aan gemaakte kosten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen