Rb. Haarlem 22 juni 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BI9616
Verzoek tot herroeping van een beschikking wegens bedrog(art. 382 jo 390 Rv). Tegen de beschikking van de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft verweerder (de werknemer) hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof heeft het beroep verworpen. Na een eerder ingesteld verzoek tot herroeping, waarin verzoeker niet ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 383 Rv (het nog niet verstreken zijn van de termijn voor cassatie), heeft verzoeker aan verweerder doen weten te berusten in de beslissing van het gerechtshof en onherroepelijk af te zien van cassatie. Thans stelt verzoeker opnieuw een herroepingsverzoek in. Verweerder beroept zich wederom op niet-ontvankelijkheid van verzoeker wegens het niet verstrijken van de termijn van art. 383 Rv.. Hij voert daartoe aan dat de enkele omstandigheid dat verzoeker onherroepelijk afstand heeft gedaan van het recht om tegen de beschikking van het gerechtshof cassatie in te stellen, niet meebrengt dat de beschikking onherroepelijk is geworden vóór het verstrijken van de cassatietermijn, omdat verweerder zelf niet heeft aangegeven in de uitspraak van het gerechtshof te berusten. Dit verweer wordt verworpen, waarbij de kantonrechter overweegt dat verweerder, indien hij daadwerkelijk cassatie zou hebben ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof, gelet op het bepaalde in artikel 3:303 BW, niet ontvankelijk zou zijn verklaard bij gebreke van voldoende belang. Dit heeft tot gevolg dat de uitspraak van het gerechtshof vanaf het moment waarop verzoeker heeft aangegeven daarin te berusten, niet meer aantastbaar was met een gewoon rechtsmiddel. Gelet op de ratio van artikel 383 lid 1 Rv, te weten het voorkómen van de samenloop van de herroepingstermijn met de termijn voor het instellen van een gewoon rechtsmiddel, brengt dit mee, dat op dat moment ook de termijn voor het instellen van het rechtsmiddel van herroeping aanving. De kantonrechter bevindt de voor herroeping aangevoerde grond juist en heropent de procedure.
De uitspraak op rechtspraak.nl