Rb. Haarlem 17 april 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BI1915
PROMIS; Vrijspraak namaken geld; Vrijspraak wederrechtelijk uitgeven echt geld; witwassen; Verdachte wordt vrijgesproken terzake het namaken van geld (1 primair) en het wederrechtelijk uitgeven van echt geld (1 subsidiair). Ten aanzien van het primaire feit ontbreekt de bekendheid met de valsheid van de bankbiljetten. De tenlastelegging onder 1 subsidiair ziet op het wederrechtelijk uitgeven van echt geld. Nu door de Koninklijke Marechaussee is vastgesteld dat de 658 biljetten van 50,- euro vals zijn, kan verdachte zich niet schuldig hebben gemaakt aan het tenlastegelegde. Veroordeling voor witwassen (feit 2) tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand en een werkstraf voor de duur van 120 uren. Artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl