Rb. Haarlem 25 februari 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BH5203

Vrijheid van meningsuiting tegenover het recht op bescherming van eer en goede naam. Blijkens een artikel in de Hoofddorpse Courant zou eiseres door een gemeenteraadslid zijn aangeduid als 'asociaal wijf'. Eiseres vordert immateriële schadevergoeding, rectificatie van het artikel en een verbod op het doen van soortgelijke uitlatingen in de toekomst, met een beroep op artikel 17 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (het recht op bescherming tegen onwettige aantasting van eer en goede naam). Om een negatieve uitlating als onrechtmatig te kwalificeren is vereist dat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting op ontoelaatbare wijze zijn overschreden. Hiervan is, gelet op de omstandigheden van het geval, naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. De vordering tot immateriële schadevergoeding en rectificatie wordt daarom afgewezen. Het gevorderde verbod op het doen van soortgelijke uitlatingen in de toekomst wordt eveneens afgewezen, nu dit neerkomt op preventieve censuur en in strijd is met artikel 10 EVRM en artikel 7 van de Grondwet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen