Rb. Haarlem 28 november 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BG6097

In geschil is de vraag of de eigen kleding die een deel van de werknemers op het werk droeg is aan te merken als “werkkleding”. Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op de bewoordingen van artikel 24, aanhef en onder a, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 kleding die normaliter ook privé kan worden gedragen ook werkkleding zijn, mits deze kleding uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om tijdens de vervulling van de dienstbetrekking te worden gedragen. Voorts is in geschil de vraag of het enkel verstrekken van brood en melk door de werkgever, diet te worden gekwalificeerd als het verstrekken van een maaltijd in de zin van de CVS. De rechtbank oordeelt dat de door verweerder gehanteerde compensatie waarbij het beleg dat de werknemers zelf betalen, als eigen bijdrage van het forfaitaire bedrag wordt afgetrokken, redelijk is. Het kan niet zo zijn dat een werkgever, door het weglaten van één component van een maaltijd, op die manier de regels met betrekking tot loon in natura en de forfaitaire bedragen voor een maaltijd zou kunnen omzeilen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen