Rb. Haarlem 31 oktober 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BG5057

Het betoog van de gemachtigde van verweerder II dat, hoewel volgens de ontheffing eerst de rietkragen zouden moeten worden aangelegd, het eerst aanleggen van de weg naar het einde van het weiland geen verstorend effect heeft en deze omgekeerde volgorde niet in strijd is met de Ffw, valt niet te rijmen met de eerder in de ontheffing gestelde -harde- voorwaarde dat niet zal worden begonnen met de werkzaamheden alvorens de mitigerende en compen-serende maatregelen zijn getroffen. De in de ontheffing neergelegde maatregelen -zo begrijpt de voorzieningenrechter- hebben tot doel dat de Noordse woelmuis bij aanvang van de werkzaamheden slechts één uitwijkmogelijkheid heeft, te weten de nieuw aan te leggen rietkragen, alwaar zij veilig zijn. Wanneer thans met de aanleg van de weg zou worden begonnen, kan [naam derde partij], nu het klepelen van het voorterrein in verband met het nog te verrichten onderzoek -nog- niet zal kunnen plaatsvinden, thans niet voldoen aan de in de ontheffing neergelegde mitigerende voorwaarde dat vegetatie dient te worden verwijderd. Niet kan daarom worden uitgesloten […] dat indien met de aanleg van de weg zal worden begonnen voor de rietkragen gerealiseerd zijn, de Noordse woelmuizen zich in de vegetatie op het voormalig bedrijventerrein zullen vestigen. Bij aanvang van de werkzaamheden op dit moment is er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen enkele veilige plek voor hen ter beschikking. Daarbij komt dat niet gebleken is dat de aanleg van de rietkragen aan het eind van het weiland niet zouden kunnen worden gerealiseerd vanuit [naam water], gelijk verzoekers hebben betoogd. De voorzieningenrechter is, gezien het voren-staande, van oordeel dat verweerder daarom voor aanvang van de werkzaamheden aan de weg over het weiland nader dient aan te tonen en onderbouwen dat de compenserende maatregelen, zonder nadelige gevolgen voor de Noordse woelmuis, ook kunnen worden uitgevoerd op de thans door [naam derde partij] voorgestelde wijze. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen