Rb. Haarlem 15 september 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BF1754
De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is geweest van een onrechtmatig huisbezoek. Dit heeft echter geen gevolgen voor de rechtmatigheid van het daarop volgende onderzoek naar een mogelijke gezamenlijke huishouding, nu het huisbezoek heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een aanvraag voor bijzondere bijstand. Het aantreffen van de vermeende partner van eiseres tijdens het huisbezoek is weliswaar aanleiding geweest voor het nadere onderzoek, maar maakt dit nadere onderzoek niet (ook) onrechtmatig. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, WWB, voor zover de uitzondering wegens het bestaan van een zorgbehoefte beperkt is tot bloedverwanten in de tweede graad, wegens strijd met artikel 26 IVBPR (verbod van discriminatie) buiten toepassing moet worden gelaten.
De uitspraak op rechtspraak.nl