Rb. Haarlem 7 juli 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BD6460

Art. 385b Sr. Bewezenverklaard: opzettelijk een daad van geweld begaan tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig in vlucht bevindt, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is. De politierechter is van oordeel dat de opvatting dat de opvatting dat art. 385b Sr alleen van toepassing is in situaties waar sprake is van vliegtuigkapingen of aanslagen tegen de luchtvaaart. Ook onder385b Sr zijn begrepen misdrijven zonder terroristisch oogmerk. Daarnaast is er sprake van gevaar voor de veligheid van het luchtvaartuig. Gezien deze concrete omstandigheden en de lange tijdsspanne van het incident, is de politierechter van oordeel dat door de misdragingen van verdachte de gezagvoerder en tenminste een viertal leden van het cabinepersoneel zich gedurende lange tijd niet of niet volledig hebben kunnen richten op hun werkzaamheden en taken, die zij met het oog op de vliegveiligheid aan boord van het luchtvaartuig in vlucht hebben te verrichten. Derhalve kan wettig en overtuigend worden bewezen verklaard dat sprake is van een daad van geweld tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig in vlucht bevindt, terwijl daarvan voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is, als bedoeld in art. 385b lid 1 onderdeel 1 º WvSr. Resteert de vraag of verdachte deze daad van geweld opzettelijk heeft begaan. In dit verband is geen verweer gevoerd. Maar wel heeft verdachte, ook ter terechtzitting, verklaard dat zij zich niets meer van het incident kan herinneren, zo goed als zeker als gevolg van de vier glazen whisky en de slaappil, die zij tot zich genomen had. Naar het oordeel van de politierechter is evenwel niet gebleken dat gedurende het incident bij verdachte elk inzicht ontbrak in de reikwijdte van haar gedragingen en de directe (fysieke) gevolgen daarvan voor met name de purser [slachtoffer2], de stewardess [slachtoffer3] en medepassagier [slachtoffer4].

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen