Rb. Haarlem 26 maart 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BD5016

Onteigening. Percelen in de omgeving kunnen niet als vergelijkingsobjecten worden aangemerkt omdat de transacties niet rond de peildatum hebben plaatsgevonden en de gronden niet vergelijkbaar zijn. Het enkele feit dat in de aktes van door de Staat genoemde vergelijkingsobjecten meerwaardeclausules zijn opgenomen is onvoldoende om een verwachtingswaarde ten aanzien van die percelen aan te nemen. Niet is te verwachten dat op het onteigende kassenbouw zou worden toegelaten, omdat een vergunning voor kassenbouw over het algemeen pas wordt verleend nadat er positief is geformuleerd over het toestaan van kassenbouw en niet is gebleken dat dergelijk positief beleid voor het onteiegende bestond of in voorbereiding was. Het verloren gaan van het persoonlijk recht van de onteigende om op het aangrenzende perceel dat voorheen van zijn broer was een bietenplaat te gebruiken alsmede het niet langer uitoefenen van de erfdienstbaarheid op genoemd perceel, zijn geen gevolgen van de onderhavige onteigening. De enkele stelling dat de broer van de onteigegende zijn perceel aan de Staat heeft verkocht om onteigening te voorkomen, maakt niet dat schade die de onteigende daardoor zou leiden het gevolg is van de onteigening van de grond van de onteigende en aldus in de onderhavige procedure dient te worden vergoed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen