Rb. Haarlem 29 februari 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5829

Geldvordering op grond van twee wissels. Het abstracte karakter van de wissels, zoals neergelegd in artikel 118, tweede lid, Wetboek van Koophandel (WvK), brengt mee dat de wisselschuldenaar de verweermiddelen gegrond op haar persoonlijke verhouding tot de endossant niet aan de houder van de wissels kan tegenwerpen. Daaraan doet niet af dat de houder van de wissels de wissels niet heeft verder verhandeld. Dat een contractuele relatie bestaat tussen de bank als houder van de wissels en de endossant en en de bank uit dien hoofde voldoende op de hoogte is van de koopovereenkomst waarop de wissels betrekking hebben, brengt niet mee dat een uitzondering kan worden aanvaard op het abstracte karakter van de wissels. De bank mag als houder van de wissels, op grond waarvan zij krediet heeft verstrekt aan de endossant, erop vertrouwen dat het bedrag van de wissels aan haar wordt betaald. De omstandigheden dat de bank de wissels niet tijdig ter betaling heeft aangeboden aan de wisselschuldenaar en geen protest van non-betaling heeft laten opmaken, zijn hoogstens van belang voor een eventueel regresrecht van de bank op de endossant, maar regardeert niet de debiteur van de wissels. Het is aan de houder van de wissel of zij regres wenst te nemen op de endossant of niet. De wisseldebiteur kan zich daarop niet beroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen