Rb. Haarlem 5 februari 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BC4027

Gerechtelijke bewaring; Kort geding tot opheffing van de gerechtelijke bewaring van een grand-prix paard van € 250.000,--; subsidiair aanstelling van een andere bewaarder. Gerechtelijke bewaring is een conservatoire maatregel die naast het bieden van zekerheidsstelling van een recht, ertoe strekt verwaarlozing en tenietgaan van de zaak te voorkomen. Voor het antwoord op de vraag of het paard ten tijde van de aankoop door eiseres paard reeds kreupel was, zal een onderzoek van het paard door een deskundige een belangrijk bewijsmiddel kunnen zijn. Daarmee heeft de beslaglegger een gerechtvaardigd belang bij een voorkomen van verwaarlozing of tenietgaan van het paard. Een gerechtelijk bewaarder heeft de plicht in onafhankelijkheid jegens de betrokken partijen als een goed huisvader voor het in gerechtelijke bewaring gestelde goed te zorgen. Gezien banden die ertussen de beslaglegger en de bewaarder bestaan, kan de voorzieningenrechter zich de bezwaren van de beslagene tegen de persoon van de bewaarder voorstellen, doch vooral bij gebreke aan een goed alternatief voor de verzorging en training van een bijzonder paard als het onderhavige, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het paard in ieder geval op dit moment maar moet blijven waar het is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen