Rb. Haarlem 21 december 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BC0873
Wrakingsverzoek. Het feit dat de politierechter heeft gemeend de ondervraging ongestoord te willen vervolgen, getuigt niet van vooringenomenheid van de politierechter. Evenmin kan bij de raadsman van verzoeker een objectief gerechtvaardigde vrees zijn ontstaan dat de politierechter partijdig zou zijn. Indien de raadsman het niet eens is met de wijze van ondervraging en bejegening door een politierechter staan hem het rechtsmiddel van hoger beroep of het middel van het doen van een klacht ten dienste. Gelet op het bepaalde in artikel 23 van de wet RO is het handelen van het gerechtsbestuur in deze voor de beoordeling van het wrakingsverzoek niet relevant. Het gerechtsbestuur kan zich immers in geen enkel opzicht mengen in enige beslissing te nemen door welke rechter van deze rechtbank ook en dus ook niet van de wrakingskamer. Daaruit vloeit voort dat de onpartijdigheid van de politierechter hierdoor niet in het geding is.
De uitspraak op rechtspraak.nl